1. Overgang naar de nieuwe regeling
Pensioenfonds SNS REAAL wil op 1 januari 2028 overstappen naar de nieuwe pensioenregeling. De overgang is omvangrijk en moet zorgvuldig, beheerst en technisch uitvoerbaar zijn. Daarom zijn onder meer goedkeuring door toezichthouders en een tijdige uitvoering nodig. Als de planning verandert, informeert het fonds de deelnemers daarover.
Overigens is een latere overgang dan 1 januari 2028 op basis van de huidige wetgeving niet toegestaan. Een eventuele overgang na deze datum is alleen mogelijk bij aangepaste wetgeving.
Het pensioen dat je al hebt opgebouwd, gaat bij invaren mee naar de nieuwe regeling. De waarde van jouw pensioen wordt omgezet naar een persoonlijk pensioenvermogen, ofwel jouw eigen pensioenpot. Dat is overigens geen vrij opneembare spaarrekening: het geld blijft bestemd voor pensioen. Voor en na de overgang ontvang je persoonlijke informatie met een opgave van jouw verwachte pensioen.
Het opgebouwde pensioen van alle deelnemers zetten wij om naar een persoonlijk pensioenvermogen. Dit noemen we invaren. Hierbij gaat geen waarde verloren. Er zijn wettelijke regels opgesteld om dat te waarborgen. We gaan het pensioen van al onze deelnemers invaren. Je kunt hiertegen geen persoonlijk bezwaar maken.
2. Verdeling van vermogen en buffers
Op de overgangsdatum wordt het fondsvermogen verdeeld volgens vooraf vastgestelde regels. Eerst worden bedragen gereserveerd die nodig zijn voor een verantwoorde overgang, zoals wettelijke reserves, de risicodelingsreserve en compensatie (tot een bepaald maximum). Wat daarna beschikbaar is, kan worden toegevoegd aan de persoonlijke pensioenvermogens. De verdeling hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn en kan afhangen van de afspraken en berekeningen voor verschillende groepen. De definitieve uitkomst is pas bekend rond de overgangsdatum.
Gemiste indexatie wordt niet automatisch één op één ingehaald. Een mogelijk extra bedrag bij het invaren is afhankelijk van de financiële positie van het fonds en de afgesproken verdeelregels op de overgangsdatum. Het is daarom niet vooraf te zeggen welk deel van eerdere koopkrachtachterstand wordt gecompenseerd.
De financiële positie op en rond de overgangsdatum heeft invloed op de uiteindelijke verdeling. Een daling van de beleggingen of rente kan daardoor gevolgen hebben voor de bedragen die kunnen worden toegevoegd. Het fonds blijft het vermogen tot de overgang beheren volgens het beleggingsbeleid en de regels voor risicobeheer.
We nemen waar mogelijk maatregelen voor vermogensbescherming.
3. Compensatie
De overstap naar een vlakke premie kan voor sommige werknemers leiden tot een lager verwacht pensioen. Daarom hebben werkgevers en vakbonden afspraken gemaakt over een compensatieregeling. Er gelden een aantal voorwaarden om voor compensatie in aanmerking te komen:
- Je bent op 1 januari 2028 51 jaar of ouder maar nog geen 68 jaar
- Je bent op dat moment in dienst bij ASN Bank of bij Athora
- Je betaalt premie aan ons fonds en bouwt pensioen op of
- Je bent (voor een deel) arbeidsongeschikt en ons fonds betaalt voor jou de premie
Je ontvangt alleen compensatie als je op de overgangsdatum aan de voorwaarden voldoet. De belangrijkste voorwaarde is daarbij dat je nog in dienst bent bij ASN Bank of Athora. Je bent dan voor het pensioenfonds een actief deelnemer omdat je dan pensioen opbouwt. Wie eerder uit dienst gaat, loopt compensatie mis. Het maakt daarbij niet of je zelf vertrekt, of vanwege reorganisatie of door het niet verlengen van een contract uit dienst gaat.
De hoogte van de compensatie hangt samen met jouw pensioengrondslag (dat is jouw salaris min de franchise) op de overgangsdatum. Minder werken of een lager salaris kan daarom leiden tot een lager bedrag aan compensatie. Ga je vóór de overgang met pensioen of uit dienst, dan krijg je geen compensatie. Laat je bij een belangrijke keuze vooraf informeren over de persoonlijke gevolgen.
De compensatie wordt in één keer toegevoegd aan jouw persoonlijke pensioenvermogen en kan daarna verder renderen. Het bedrag wordt niet als vrij geld uitgekeerd. De definitieve hoogte van de compensatie kan pas worden berekend als de benodigde gegevens en de financiële situatie rond de overgang bekend zijn. Je ontvangt hierover in de eerste helft van 2028 persoonlijke informatie.
Als je arbeidsongeschikt bent én het pensioenfonds betaalt voor jou voor dat deel de premie? Dan ben je voor het pensioenfonds een “actieve” deelnemer met pensioenopbouw. De afspraken voor compensatie gelden dan ook voor jou.
4. Beleggen en risicoprofielen
In de nieuwe regeling kun je kiezen uit een defensief, neutraal of offensief risicoprofiel. Bij defensief beleggen neem je minder risico en is de kans op grote schommelingen kleiner. Bij offensief beleggen neem je meer risico, met meer kans op een hoger maar ook op een lager resultaat. Naarmate je ouder wordt, wordt het beleggingsrisico binnen elk profiel afgebouwd.
We vragen je in de nieuwe regeling een aantal vragen te beantwoorden op basis waarvan we je risicoprofiel vast kunnen stellen. Uit dit profiel blijkt hoeveel risico jij wil lopen met jouw pensioen. Het advies is dan om jouw beleggingsmix hierbij aan te laten sluiten. Uiteraard staat het je vrij om van dit advies af te wijken. We vragen je dan wel periodiek te willen bevestigen dat je nog steeds wil beleggen volgens een mix die niet direct aansluit op jouw risicoprofiel. Wij houden dat voor jou in de gaten; jij moet het wel zelf bevestigen.
Je kunt kiezen om jouw pensioen defensief, neutraal of offensief te laten beleggen. Je kiest daarbij voor een beleggingsmix die daarbij aansluit. Het fonds bepaalt hoe deze beleggingsmix eruitziet en houdt daarbij rekening met het beleggingsbeleid en het beleid voor verantwoord beleggen. Je kunt niet zelf kiezen voor bepaalde aandelen, landen of ondernemingen.
5. Variabel of vast pensioen
Bij een variabel pensioen blijft het pensioenvermogen na pensionering belegd binnen de collectiviteit van het fonds. Er geldt één beleggingsmix voor iedereen. We stellen het pensioen één keer per jaar opnieuw vast. Het kan hierbij omhoog of omlaag gaan maar ook gelijk blijven. We nemen maatregelen om te grote schommelingen zoveel mogelijk te beperken, maar kunnen niet garanderen dat het pensioen nooit daalt. Bij een vast pensioen draag je jouw pensioenpot over aan een verzekeraar en koop je een vast ofwel gelijkblijvend pensioen aan. Eventuele slechte rendementen hebben geen verlaging van het pensioen tot gevolg. Hou er wel rekening mee dat een gelijkblijvend pensioen ieder jaar een stukje aan koopkracht verliest. Een vast pensioen biedt zekerheid maar die zekerheid kost geld. Daardoor is een vast pensioen vaak (in het begin) lager dan een variabel pensioen.
Op 58 jaar maak je een voorlopige keuze tussen een variabel of vast pensioen. Je keuze heeft invloed op hoe we voor jou beleggen.
Kies je voorlopig voor een variabel pensioen? Dan blijven we voor je beleggen volgens de door jouw gekozen beleggingsmix. We bouwen het risico af naarmate je ouder wordt.
Kies je voorlopig voor een vast pensioen? Dan passen we de beleggingsmix daarop aan. We nemen wat minder risico en bouwen het risico ook sneller af richting jouw pensioendatum.
Je kunt tot je pensioendatum jouw keuze nog wijzigen.
De definitieve keuze maak je rond de pensioendatum. Bij de keuze voor een variabel pensioen blijf je jouw pensioen van ons fonds ontvangen. Bij de keuze voor een vast pensioen neem je jouw pensioenpot meer naar een verzekeraar. Je krijgt dan jouw pensioen van jouw verzekeraar en hebt vanaf dat moment geen pensioen meer bij ons fonds. Je kunt deze definitieve keuze na ingang van je pensioen niet meer wijzigen.
Ontvang je ouderdomspensioen van ons? Dan heb je op het moment dat we overgaan naar het nieuwe pensioen eenmalig de keuze voor een variabel pensioen bij ons fonds of een vast pensioen bij een verzekeraar. Welke keuze je ook maakt, je krijgt je pensioen zolang je leeft.
Let op: Deze keuze geldt niet als je nu een partner- of wezenpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangt
Iedere deelnemer die op overgangsdatum ouder is dan 58 jaar en nog niet met pensioen is vragen wij een voorlopige keuze te maken tussen een variabel of vast pensioen. Je hoeft hiervoor zelf nu nog niets te doen. In 2028 sturen we je alle informatie hierover en helpen we jou deze keuze te maken.
6. Nabestaandenpensioen
Het nabestaandenpensioen wordt in de nieuwe regeling anders geregeld en sluit meer aan bij het salaris en de situatie op het moment van overlijden. Wat een partner of kind ontvangt, hangt onder meer af van de vraag of iemand op dat moment nog deelneemt, uit dienst is of al met pensioen is. Het nabestaandenpensioen wordt na ingang variabel. Lees verder.
Je partner ontvangt het partnerpensioen dat je tot uiterlijk 1 januari 2028 hebt opgebouwd. Dit pensioen ontvangt je partner levenslang. Je kind ontvangt het wezenpensioen dat je tot uiterlijk 1 januari 2028 opbouwde. Je kind krijgt dit totdat het 25 jaar wordt.
Dit zijn variabele pensioenen. Ze bewegen mee met de economie en de beleggingen. Elk jaar kan het pensioen stijgen, dalen of gelijkblijven. We nemen maatregelen om te grote schommelingen te voorkomen.
7. Waardeoverdracht
De keuze voor waardeoverdracht hangt af van beide pensioenregelingen, de financiële situatie en jouw persoonlijke omstandigheden. Vraag altijd een offerte aan bij jouw huidige pensioenfonds om te kunnen beoordelen wat waardeoverdracht voor jou betekent. Dan pas kun je beoordelen of dit voor jou gunstig is. Verder is waardeoverdracht in deze periode dat pensioenfondsen overstappen naar een nieuwe pensioenregeling alleen mogelijk als beide fondsen wél of juist niet over zijn. Lees verder.